Tom Vandenkendelaere

Geachte aanwezigen,

Vlamingen behoren tot de best geïnformeerde burgers van de hele wereld. Vele buitenlanders benijden ons rijk, divers en onafhankelijk medialandschap. In weinig landen kijken zoveel mensen praktisch dagelijks naar een nieuwsuitzending of lezen ze zoveel kranten. Dat is ook niet verwonderlijk. De kwaliteit van onze nieuwsuitzendingen is uitstekend. Ze zouden soms wat meer aandacht mogen hebben voor jonge, bruisende parlementairen maar goed, niets is perfect.

We zijn dus met z’n allen meer dan behoorlijk geïnformeerd. En toch. Je moet tegenwoordig over heel wat relativeringsvermogen beschikken om niét constant te denken dat de ganse wereld naar de knoppen is. Ons klimaat verandert, het Midden-Oosten staat in brand en het terrorisme zit in onze achtertuin. De Russen stoken, de Britten muizen er van onder en aan de andere kant van de plas kan een misogyne racist met een kort lontje zomaar president worden. De volgende boodschap kan u dus wellicht verbazen.

We staan er eigenlijk als mensheid beter voor dan ooit. De Deense economisch historicus Johan Nordberg heeft alle mogelijke data van de VN, de Wereldgezondheidsorganisatie en zo meer, doorploegd en komt tot de eenvoudige conclusie dat we nog nooit welvarender, veiliger én gezonder waren.

Een Vlaamse baby die vandaag geboren wordt zal gemiddeld 82 verjaardagen vieren. De armoede is spectaculair gedaald. Waar in 1990 meer dan 37% van de wereldbevolking het moest zien te redden met minder dan 2 dollar per dag, is dit nu nog 10%.

Meer nog, we worden ook slimmer. Kinderen scoren gemiddeld veel hoger op IQ-testen dan hun ouders (maar moeten uiteraard nog veel leren). Slimmere kinderen kunnen zich meestal makkelijker inleven in anderen. Dat maakt hen toleranter.

Dan toch niet de Syriëstrijders hoor ik u denken. Op zich correct maar dat probleem is een identiteits- en een integratieprobleem. Met intelligentie heeft dit niets te maken.

Nu we het toch over conflicten hebben: in 1980 stierven 5 op de 100.000 mensen op een slagveld. Vandaag nog amper 1,4. Terreur is een angstaanjagend beest dat aan een opmars bezig is. Toch moeten we objectief vaststellen dat de linkse terreur van de jaren ’80 vele malen meer slachtoffers maakte. Dat vergoelijkt uiteraard de recente gruwel geenszins maar het doet nadenken.

Beste vrienden,

De media voedt ons dagelijks met afschuwelijk nieuws van over de ganse wereld. Ze doet dit omdat de technische mogelijkheden er nu eenmaal zijn, maar ze doet dit ook omdat wij dat willen. Mensen zijn van nature uit eerder achterdochtig. Onrustige mensen zien eerder het gevaar. En daarom wentelen we ons graag in pessimisme. In Europa kunnen we hierover meespreken. De voorpagina’s melden niet dat de economie terug aantrekt en dat de werkloosheidscijfers al sedert mei 2013 dalen. De focus ligt op de crisissen.

Dit is, dames en heren, uiteraard niet zonder reden.

Het heeft geen zin om het licht van de zon te ontkennen. De Europese Unie heeft, om het licht uit te drukken, betere tijden gekend. Na de eurocrisis, het veiligheidsvraagstuk en de vluchtelingencrisis waren het de Britten die voor misschien de grootste schok zorgden door in juni de stekker te trekken uit meer dan 40 jaar Europese samenwerking.

BREXIT

De politieke gevolgen van de Brexit zullen pas écht duidelijk worden eens de uitstapprocedure wordt ingezet en de contouren van de nieuwe relatie met het Verenigd Koninkrijk zijn vastgelegd. Van de economische gevolgen hebben we al een klein voorsmaakje gehad. Net na het referendum dook het pond naar beneden wat meteen alarmbellen deed afgaan, niet in het minst in onze West-Vlaamse voedingssector. Het zijn wel degelijk ónze diepvriesgroenten en ónze frieten die in alle Britse supermarkten liggen en die werden eind juni op een week tijd 10 procent duurder.

Intussen is de situatie wat genormaliseerd omdat Londen wat aan het surplassen is. Zowel de Britten als de EU brengen hun munitie in stelling. Onderhandelingsteams worden samengesteld en spierballen gerold. Maar of Verhofstadt nu al dan niet het hoge woord mag voeren aan de onderhandelingstafel doet er voor ons weinig toe. Hoe zal onze toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk er uitzien? Dát is vraag van 1 miljoen.

Er circuleren meerdere scenario’s. Eén ding lijkt vooralsnog zeker: áls het tot een echte Brexit komt, zal de deal tussen het VK en de EU alleszins geen copy paste zijn van enige bestaande overeenkomst zoals we nu hebben met de Noren of de Zwitsers. Maar over hoe ver de ‘entente’ zal gaan is het nog koffiedik kijken.

Wat wij, hier in West-Vlaanderen, vooral willen is commercie doen. Geen douanetarieven, geen extra moeilijkheden, geen administratieve rompslomp.

Welke regeling er na een Brexit ook uit de bus komt: onze landbouwers en onze voedingsnijverheid mogen in geen geval opnieuw het kind van de rekening worden.

RUSLAND

Want, dames en heren, u weet als geen ander dat een ander geopolitiek dossier de sector al met een gepeperde rekening heeft opgezadeld. De Russische boycot heeft er, zeker bij onze land- en tuinbouwers, zwaar ingehakt.

Tomaten, bloemkolen, aubergines, wortelen, appels, melk, verse kazen en ook ons varkensvlees: de Russen lustten er graag van. Toen de Russische markt op slot ging wist de ene sector zich al beter te redden dan de andere. De varkenskwekers vonden hun weg naar China en wisten zo min of meer de prijs op peil te houden. Maar voor andere teelten was de boycot niet minder dan rampzalig.

30% van onze peren, ook West-Vlaamse peren, waren bestemd voor de Russische markt. Door de Ruslandcrisis zakte de prijs op 1 jaar tijd met meer dan de helft, van 80 naar 30 cent per kilo. Ik hoef u niet te vertellen, dames en heren, dat vele tuinbouwers met de handen in het haar zaten, als ze nog haar konden vinden.

De Europese Commissie heeft anti-crisismaatregelen genomen maar niet genoeg en onvoldoende op maat van de Belgische landbouw. Daarom zijn mijn collega Ivo Belet en ikzelf, samen met de Boerenbond, naar het kabinet van Europees Commissaris voor Landbouw Hogan getrokken om hem duidelijk te maken dat het water de boeren tot bóven de lippen staat.

Met succes.

Vanaf 1 januari 2017 zal er een substantiële verhoging van de interventieprijs doorgevoerd worden. Bovendien deelde de Commissaris mee dat over de komende drie jaar het Europese exportpromotiebudget verdriedubbeld wordt, van 61 miljoen tot 200 miljoen euro per jaar. Dit laatste is zeker niet onbelangrijk. Zolang de Russische grenzen, toch voor rechtstreekse export, gesloten blijven, moeten we trachten duurzame, nieuwe handelsrelaties op te bouwen in andere contreien zoals India, Canada of China.

TOM in het Europees Parlement: FISCALITEIT

Dames en heren,

In mijn politieke werk probeer ik steevast enkele leidraden voor mezelf te spannen. Eén ervan, en wellicht de belangrijkste, is rechtvaardigheid. Ik ben onder meer lid van de Panama-Commissie in het Europees Parlement; die Commissie moet helpen uitzoeken hoe het ganse systeem van fiscale achterpoorten naar belastingparadijzen werkt en hoe men té grote mazen in het net het beste kan dichten.

In dit dossier lijkt me de rode draad duidelijk: iedereen moet zijn eerlijke bijdrage leveren. Punt. Als een multinational door slim parkeren op de belastingmarkt amper 0,4% vennootschapsbelasting betaalt, hoe valt dit in godsnaam uit te leggen aan een kmo die 30 keer meer moet bijdragen? Het fiscaal shoppen, het misbruik van rechten, het constante opbod tussen staten om toch maar dat grote bedrijf binnen te rijven, is fundamenteel onrechtvaardig.

Onrechtvaardig tegenover de arbeider, leraar of kruidenier die wél de volle pot betaalt. En onrechtvaardig tegenover de kmo die wél zijn duit in het zakje van de staat doet.

TOM in het Europees Parlement: UTP/ketenoverleg

Dames en heren,

Rechtvaardigheid kunnen we eveneens als leidraad gebruiken in het agro-voedingsbeleid. Ik sprak net over versterkte anticrisismaatregelen voor fruitboeren. Een goede zaak, ongetwijfeld. Maar daarmee wordt de kern van het probleem niet aangepakt. Ook in onze voedselketen is er nood aan meer eerlijkheid.

Waarom zagen de boeren de laatste 10 jaar hun toekomst nooit somberder in dan nu? Heel simpel: de prijzen zijn te laag, zijn investeringen te hoog en men raakt niet uit de kosten. Er is een reden dat het aantal hoevewinkels vervijfvoudigd is.

Ik ben mij ervan bewust dat ik mij hier wat op glas ijs begeef maar ik wil de vraag toch duidelijk stellen: waarom betalen veel warenhuizen en aankopers geen eerlijke prijs?

Het antwoord is in principe vrij simpel: voor een eerlijke prijsvorming heb je in een openmarkteconomie een gelijkwaardige machtspositie van de aanbieder en de vrager nodig. En die is er niet.

Uit angst om hun boterham te verliezen zien landbouwers en voedselproducenten vaak maar één oplossing: de contractuele voorwaarden ondergaan, en onzekerheden en kosten voor lief nemen.

Hier, dames en heren, kan Europa het verschil maken.

Het Europees Parlement stemde onlangs over een rapport met voorstellen om:

– de onderhandelingspositie van de boeren te versterken.

– eerlijke prijzen te promoten in de ganse keten

– meer juridische middelen te voorzien voor boeren en producenten

De boodschap is duidelijk: geef de kleintjes munitie in handen en verplicht de grote in de pas te lopen. Want als het naleven van contractvoorwaarden enkel maar geldt voor diegene met het minste macht, dan kunnen we even goed het burgerlijk wetboek afschaffen.

Het argument van, vooral de supermarkten, over de prijzenoorlog en een race-to-the-bottom, klinkt plausibel maar is in feite een drogreden. Ik ben ervan overtuigd dat er draagvlak bestaat bij de consumenten om een correcte prijs voor een correct product te betalen.

Met onderling constructief overleg kunnen we trouwens al heel wat bereiken. Daarom promoot ik het succesvolle ketenoverleg dat we in Vlaanderen kennen, in de rest van de Unie. Daarom ondersteun ik de oprichting van producentenorganisaties die van vele kleine geweren een bazooka kunnen maken.

Dit probleem kan en moet nú worden aangepakt. Ik hoop dat de Commissie de voorzetten die het Parlement hen geeft, nu gauw binnenkoppen.

Maar daarmee zijn we er nog niet. De focus op het Europese agrobeleid ligt nu al op post-2020. Als we onze land- en tuinbouw duurzaam willen verankeren zullen we andere pistes moeten bewandelen en ervoor zorgen dat het inkomen van de boer verzekerd blijft en dat plotse, hevige crisissen niet het ganse systeem kunnen ontwrichten.

AGENDA INNOVATIE

Daarnaast moet Europa voluit de kaart blijven trekken van innovatie en technologische ontwikkeling. Nóg meer middelen vrijmaken en de voedingsindustrie steunen om verder te gaan op het ingeslagen pad.

Want, dames en heren, in weinige sectoren is technologische vernieuwing zo continu actueel als in de voedingsindustrie. Nieuwe machines en labo-apparatuur zorgen er voor dat er veel meer data kan gecapteerd worden, data waarvan de mogelijkheden nog niet allemaal in kaart werden gebracht. “The internet of things” biedt een schatkamer aan mogelijkheden.

Wat deze vernieuwingen, de robotisatie en automatisatie gemeen hebben is dat ze ervoor zorgen dat de kwaliteit van de voedingsproducten nog beter opgevolgd wordt. Van ‘farm to fork’ met een uitzonderlijk hoge norm voor voedselveiligheid. En onnavolgbare kwaliteit. FOOD.be is hét kwaliteitslabel voor export van onze Vlaamse chocolade, aardappelproducten, groenten en koekjes…

Binnen het thema ‘World Class Food Production’ zet Flanders’ FOOD in op deze niet te stuiten technologische revolutie.

OORSPRONGSETIKETTERING

Dames en heren,

Binnen het tijdsbestek van deze spreekbeurt kan ik niet alle aspecten van de agro-voedingsindustrie bespreken. Ik wil echter nog twee zaken uitlichten omdat ze, elk op hun manier, symptomatisch zijn voor de politieke tendensen van 2016.

Een eerste zaak die ik wil aanhalen is de ganse discussie over oorsprongsetikettering. Blijkbaar beseft men niet dat dit niet enkel over een vlaggetje gaat op een melkkarton of naast de salamivermelding op de pizzadoos. De fascinatie van sommige politici voor vlaggen kan ik nog begrijpen. Met hun blinde vlek als het gaat over de concrete gevolgen voor de sector heb ik meer moeite.

Zo’n regelgeving betekent bijvoorbeeld voor de melksector dat zowel de omhaling als de bewaring gescheiden moet gebeuren. Meer vrachtwagens op de weg en meer silo’s. De kost van dergelijke operatie is niet te overzien. En het valt al te raden op wiens schouders deze extra lasten uiteindelijk zullen terechtkomen.

Daarbij komt nog dat onze normen voor voedselhygiëne en voedselveiligheid de hoogste van de wereld zijn. Een Italiaans, Frans of nog, een Vlaams vlaggetje  biedt geen enkele toegevoegde waarde.

Het enige wat het toevoegt is koren op de molen van populisten en nationalisten en daar pas ik voor.

TTIP EN CETA

Een tweede, heel belangrijk dossier, dames en heren, is de vrijhandelspolitiek van Europa, meer bepaald de controverse rond TTIP en CETA, de vrijhandelsverdragen met, respectievelijk, Amerika en Canada.

Beide verdragen gaan heel breed en omvatten ook een belangrijk voedsel- en landbouwluik. De wederzijdse gevoeligheden zijn daar gekend: wij zijn niet te zot van hormonenvlees en in chloor geweekte kippen. Zij kunnen niet zo goed om met bepaalde kazen en bescherming van bv. Parmaham of West-Vlaams potjesvlees.

Nu is het zo dat, sedert geruime tijd, organisaties zoals 11.11.11, de vakbonden, maar ook test-aankoop zich nadrukkelijk afzetten tegen deze akkoorden. Ze vinden ze ondemocratisch. Men predikt dat we al onze verworvenheden op vlak van sociale rechten, milieurechten en consumentenrechten gaan offeren op het altaar van de vrije markt. Het is een debat dat vrij emotioneel wordt gevoerd en ook mij ook ernstig raakt.

Ik wil hier duidelijk stellen: ik ben en blijf principieel voorstander van beide vrijhandelsakkoorden. De economische voordelen voor ons land zijn gigantisch. En uiteráard moeten we voorbehoud maken bij enige aantasting van onze hoge standaarden. Daarom maak ik volgende kanttekeningen:

– het onderhandelingsmandaat van de Europese Commissie dat bepaalt waarover ze van de lidstaten mág onderhandelen is gewoon online beschikbaar. Iedereen kan erin lezen dat een (heel) groot deel van de argumentatie van de tegenstanders gewoon feitelijk onjuist is.

– ten tweede: mochten er in het uiteindelijke akkoord zaken staan die onverenigbaar zijn met ónze normen inzake consumentenbescherming, of milieu, dan heb ik er het volste vertrouwen in dat onze parlementen, die de verdragen uiteindelijk zullen moeten goedkeuren, de correcte keuze zullen maken in het belang van ons allemaal.

Als wij met de Amerikanen en de Canadezen een Atlantisch pact maken dan creëren we standaarden, hoge standaarden, die we vanuit de grootste consumentenmarkt ter wereld kunnen opleggen aan de rest. Doen we dit niet, dan is de kans groot dat binnen enkele jaren de Chinezen de wet bepalen. Ik hoef maar het woord ‘Eandis’ te laten vallen om te bewijzen hoe goed dát ligt bij de publieke opinie.

TWEE OPTIES VOOR EUROPA

Dames en heren,

Als afsluiter nog even dit citaat: ‘Men moet zich tegenwoordig bijna verontschuldigen als je iets positiefs zegt over Europa’. Het zijn woorden van voormalig Europees president Van Rompuy.

En hij heeft gelijk. Ik merk het elke dag. Europa ligt slecht in de markt, maar ik ben een West-Vlaming: niks is onverkoopbaar.

Hoe harder men Europa wil neerhalen, hoe steviger ik tegen de stroom blijf inzwemmen.

Ik geef gerust toe dat Europa mensen teleurstelde. Noch tijdens de eurocrisis, noch tijdens de asielcrisis kon Europa krachtdadig optreden.

Dat komt onder meer omdat onze Unie verre van perfect is en de EU veel hefbomen mist om krachtdadig optreden mogelijk te maken.

De vraag stelt zich vandaag: hoe lossen we dit op? Wat zijn onze opties? Ik zie er twee.

EERSTE OPTIE

Ofwel bouw je Europa af en laat je de lidstaten toe om zich terug te trekken in het eigen gelijk. Elk in zijn kot. Dat is de keuze van diegene die overal vlaggetjes op willen drukken of tegen vrije handel zijn omdat hun eigen direct belang dreigt geschaad te worden.

Dit is op lange termijn een aanpak die fataal is voor de toekomst van dit continent. Een volk dat zich opsluit raakt vroeg of laat in ademnood.

TWEEDE OPTIE

Er is gelukkig nog een twee optie. Mijn optie.

Moedig verder doen en trachten met concreet beleid resultaten te boeken op domeinen die de mensen direct aanbelangen. Er zijn tientallen domeinen waar de EU écht iets kan betekenen en waar stilzitten écht geen optie is: het uitbouwen van sociaal Europa, een digitale unie, een fiscale unie, zorgen voor een slagkrachtige, eigen, defensie… Het is de keuze voor een grote, goedwerkende interne markt als de beste verzekering voor een welvarende toekomst.

Daar stop het niet: er is eveneens nood aan wat politieke ballen om eerlijk te communiceren over Europa ook als het je wat tegenwind oplevert. Want als ministers in Brussel hard werken aan een compromis en vervolgens in Wenen,

Den Haag of Boedapest hun eigen bereikte akkoord met de grond gelijk maken is er iets stevig fout.

Ten derde: wat moeten wat minder onszelf als maatstaf nemen voor alles. De reflex om de noden van de gemeenschap voorop te stellen, vlakt jaar na jaar af.

Daarom vond ik het voorstel dat vorige week op Radio 1 werd gelanceerd om een soort samenlevingsplicht in te voeren voor jongeren, nog niet zo slecht. Dat zou inhouden dat men, al dan niet vrijwillig, een bepaalde periode, aan samenlevingsopbouw doet. Een soort dienstplicht-light dus, met nadruk op burgerzin. Wat mij betreft mag daar gerust ook een Europees luik aan verbonden worden.

Dames en heren,

Krachten bundelen, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en de blik altijd op de toekomst: het werd mij in elk geval met de paplepel ingegeven.

Het zal u wellicht niet verwonderen dat een project als het Huis van de Voeding volledig in mijn straatje past.

Ik mag helaas niet te veel in detail gaan over de vele wonderen onder dit dak, want daar zijn andere sprekers veel beter geschikt voor. Wat ik gelukkig wel mag doen is schaamteloos de loftrompet steken over dit project dat wat mij betreft op geen betere locatie in Vlaanderen kan staan dan hier in Roeselare, het centrum van Flanders’ Food Valley.

Het vernieuwde Huis van de Voeding is simpelweg goed nieuws, goed nieuws voor onze industrie, onze blik op innovatie, de bewustmaking van jonge gasten, de noodzakelijke link naar het onderwijs, én not least, voor de uitstraling van onze stad en onze regio. Enorme felicitaties aan iedereen die zijn schouders mee stak onder dit geweldig project.

Dames en heren,

Mij rest nog de organisatie hartelijk te danken voor de uitnodiging om u hier allemaal vanavond toe te mogen spreken.

Ik sluit af met volgende bedenking:

De Zweedse historicus Nordberg beweert dat we niet beseffen dat we in een gouden tijdperk leven. Wel, ik moet zeggen dat, nu ik hier vanavond voor u sta, in dit exquise kader, dat besef bij mij toch langzaam begint binnen te druppelen.

Ik hoop van u hetzelfde.

Dank u.