Tom Vandenkendelaere

Brussel, 8 april 2019.

 

In een derde en laatste luik stemmingen over het Gemeenschappelijke landbouwbeleid kwamen vandaag de regels rond de financiering aan bod. Een erg belangrijk aspect betreft de crisisreserve. De door de Commissie voorgestelde pot van 400 miljoen op jaarbasis werd door het Parlement gevoelig verhoogd tot anderhalf miljard.

Quote Tom Vandenkendelaere

“Dat de landbouw een erg crisisgevoelige sector is, is een open deur intrappen. Daarom is het zo belangrijk dat Europa in haar landbouwbeleid een fatsoenlijke buffer voorziet. De Commissie voorzag aanvankelijk 400 miljoen voor de ganse sector voor crisismaatregelen én marktinterventiemaatregelen. Dat was veel te weinig. Men wilde blijkbaar ook hier de factuur doorschuiven naar de lidstaten. Vandaar dat het Parlement de reserve heeft uitgebreid door er de ongebruikte kredieten van het Europees Landbouwgarantiefonds én de opbrengst van de administratieve sancties aan toe te voegen. Zo komt men aan een pot van maximaal 1,5 miljard euro. Met dat geld kunnen buitengewone maatregelen in geval van crisis worden bekostigd maar ook eerder gewone daden van beheer zoals het ondersteunen van particuliere opslag of interventies zoals het opkopen van melkpoeder bijvoorbeeld.”