Tom Vandenkendelaere Europees Parlement

Straatsburg 28 maart 2019Het Europees Parlement gaf zopas haar zegen over het akkoord dat werd bereikt met alle lidstaten over de insolventiewetgeving. Deze richtlijn voert substantiële insolventiewetgeving in en stelt Europese minimumregels vast. Er wordt ingezet op meer overlevingskansen voor ondernemingen in moeilijkheden, en wie failliet gaat moet een tweede kans kunnen krijgen.

Europarlementslid Tom Vandenkendelaere (CD&V), lid van de commissie Economische en Monetaire zaken, volgde de onderhandelingen in het Europees Parlement van dichtbij op.

Groot stigma op faillissement

“Eén op twee Europeanen zegt geen onderneming op te starten gezien de risico’s op faillissement die hiermee verbonden zijn, en uit schrik met een schuldenberg achter te blijven. Er heerst nog steeds een groot stigma op faillissement. Het stigma is ook beduidend groter in Europa dan in de VS. Met dit akkoord willen we hier komaf mee maken.”

Onze ondernemers zijn ook in stijgende mate Europese ondernemers

“Minister van Justitie Koen Geens heeft in zijn nieuwe insolventiewetgeving – die in werking trad op 1 mei 2018 – de faillissementsprocedures en -regels voor ondernemingen en rechtbanken reeds een grondige make-over gegeven. Hierbij werden reeds heel wat zaken uit het aanvankelijke voorstel van de Europese Commissie opgenomen. Dit nationaal kader is ontzettend belangrijk. Maar onze ondernemers zijn ook in stijgende mate Europese ondernemers. Wie een product maakt verkoopt dit eenvoudig via een online platform aan buitenlandse consumenten, en vele ondernemers hebben zelf ook toeleveranciers buiten onze landsgrenzen. Willen we echt rechtszekerheid creëren voor onze ondernemers, dan is een Europees kader en Europese rechtszekerheid broodnodig.”

Wat staat in dit akkoord?

Volgens dit akkoord zou een onderneming in moeilijkheden ook op Europees niveau minimum vier maanden de nodige ademruimte krijgen om de herstructurering tot een goed einde te brengen. Minderheidsaandeelhouders of -financiers zullen de herstructurering niet kunnen blokkeren. Daarnaast mag de termijn waarna ondernemers met een overmatige schuldenlast voor de eerste keer een volledige kwijting van schulden kunnen verkrijgen, niet langer zijn dan vijf jaar. Nu kan de afwikkeling van een faillissement tot tien jaar duren, wat de tweede kans aanzienlijk belemmert. Werknemers krijgen doorheen heel dat proces een volledige bescherming op grond van bestaande EU-wetgeving. Bedrijven met een te hoge schuldenlast worden begeleid naar een snelle liquidatie. Tot slot is het ook essentieel dat bedrijven voor hun tweede kans opnieuw toegang krijgen tot financiering.